Klein Jowanneke gaat dood
Ik zit in het midden van rij vijf parterre naast de vader van Klein Jowanneke.
Als ik hem het podium zie opkomen moet ik onwillekeurig aan zijn naamgenoot denken: Philippe Petit. De Franse koorddanser die in 1974 tussen de Twin Towers rende en danste. Heel Manhattan staarde toen vol ongeloof naar die artistieke terrorist honderdtien verdiepingen boven de grond.
Vanavond kijkt bijna gans A vol [ont]spanning naar Johan Petit.

Wat hij doet is even spectaculair als de koorddanser.
De Bourla zit nokvol en heeft deze keer meer iets van een stadion dan van een theater. Zoveel volk. Zoveel supporters. Zoveel ambiance.
Johans spel is minstens even sterk en flitsend als een straffe voetbalmatch.
Iets langer dan twee keer drie kwartier. Maar zonder rust. En zonder reserves.
Alle woordenwerk doet hij in zijn dooie eentje. Maar het lijkt alsof hij met elf is.
Hij geeft voorzetten, kopt binnen, maakt het ene doelpunt na het andere.
Antwerps is nog nooit zo universeel geweest.
Nostalgie nooit eerder zo herkenbaar. Zo onvoorstelbaar grappig en ontroerend tegelijk.
In principe was het zondag echt de allerlaatste keer dat Klein Jowanneke doodging.
Ik wil wie deze voorstelling niet heeft gezien dus niet waterachtig maken met wat hij heeft gemist. Maar het wás fantastisch.
Gelukkig zijn ‘de MartHa’s’ zoals deze theatergroep zichzelf noemt, al volop bezig met de voorbereiding van hun ‘revue van het ontembare leven’. Een reeks van 7 voorstellingen die een soort fabelachtige biografie moet worden van het leven in A.
Ik wil deze revue niet missen. Ik zet hem nu al in mijn agenda.
Klein Jowanneke is dood. Lang Leve Grote Johan !
Want er zijn nog zoveel verhalen die verteld moeten worden.
En er is niemand die dat zo onnavolgbaar doet als hij.
Staande ovatie !