De stad en haar dochters

De stad Antwerpen heeft heel wat “dochters”: het havenbedrijf, het OCMW, de huisvestingsmaatschappijen,...Ze is ook een partner in heel wat intercommunales: in de watersector (AWW, Pidpa), de kabel (Integan en de energiedistributie (Iveg, Igao…).
Dikwijls is Antwerpen zelfs meerderheidsaandeelhouder. Dat zou haar niet de macht of de vrijheid mogen geven om het beleid volledig te bepalen, maar wel in grote mate. Toch is de realiteit anders. Deze intercommunales varen in mindere of meerdere mate hun eigen koers. Ze worden ook weinig bevraagd of gecontroleerd door de stad. Dat kan een aantal ongewenste effecten hebben: de intercommunales leveren geen optimale bijdrage aan het totale beleid van de stad, ze stellen de (financiële) eigenbelangen boven die van hun (hoofd)aandeelhouder, ze stellen zichzelf en hun werking onvoldoende in vraag en staan huiverachtig tegenover keuzes die hun onafhankelijkheid bedreigen.

Ook hier moeten we durven in te grijpen. Bij de ene intercommunale al forser dan bij de andere. Alle intercommunales die diensten aan de burgers en bedrijven verlenen, zijn spelers op een snel en ingrijpend veranderende markt. Liberalisering, globalisering en technologische innovatie zijn er schering en inslag. Hoe stevig de ingreep moet zijn, hangt af van de markt waarop de intercommunale actief is, en van de veranderingen op die markt.
Ook in de benadering van de intercommunales moeten we af van het traditionele dilemma tussen alles laten zoals het is of blindweg privatiseren. Traditioneel is het standpunt van ideologische liberalen: “Privatiseren die handel”. Dat waren ook de slogans toen tijdens de bestuursonderhandelingen na de vorige verkiezingen het dossier van de Antwerpse Waterwerken (AWW) ter sprake kwam. Maar na grondige studie van het dossier kwamen ook de twee opeenvolgende liberale voorzitters tot de conclusie dat er bij AWW weliswaar dringend moest worden ingegrepen, maar dat privatisering toch niet de juiste oplossing was. Vandaag is AWW gesaneerd en is er een regeling voor de pensioenlast. Het bedrijf staat intussen voldoende sterk om gesprekken met mogelijke partners aan te gaan. AWW heeft een goede productiecapaciteit en veel klanten op een kleine oppervlakte (de stad, dat zijn veel mensen op een kleine oppervlakte, nietwaar?) en dus een efficiënte distributie. Daardoor slaagt Antwerpen erin zijn bevolking een optimale kwaliteit aan te bieden, tegen een lagere prijs dan de rest van België. Dat moeten we zo houden. Bij een eventuele samenwerking of zelfs een fusie met de Kempense maatschappij Pidpa mogen we het geleverde werk niet verloren laten gaan. En uit de ervaring met AWW leren zelfs liberalen dat een overheidsbedrijf competitief kan worden geleid.

Helemaal omgekeerd is het standpunt van traditionele, doctrinaire socialisten: “Alles moet absoluut in overheidshanden blijven of komen.” Zo niet doemt het beeld op van de boze wolf, het wilde kapitalisme. Dat standpunt is al even karikaturaal als dat van privatisering tegen elke prijs. Toch hangt deze sfeer in een aantal dochterorganisaties van de stad. Het maakt dat sommige intercommunales zich gedragen zoals de sympathieke Galliërs in het dorpje van Asterix: als laatste bieden ze nog weerstand aan de veroveraars. Dat is de houding van Integan, de zuivere kabelintercommunale. Helaas, het leven in kabelland is geen stripverhaal.

Voor een goed begrip: Integan heeft een grote verdienste. Net als Obelix is het kabelbedrijf in zijn jonge jaren in de ketel met toverdrank gevallen. Heel Antwerpen is daardoor aangesloten op een kwalitatief zeer goede kabel. Maar in een snel evoluerende omgeving is de voorsprong van Integan langzaamaan in een achterstand omgebogen. Interelectra, de Limburgse zuivere intercommunale, wordt efficiënter beheerd. De gemengde intercommunales zijn samengevoegd in het commercieel sterke Telenet. En het jonge Belgacom TV ontwikkelt zich snel tot een belangrijke concurrent. Bovendien is de satelliettelevisie al jaren in opgang. Dat speelt in een stad waar ook de bevolking alsmaar internationaler is geworden. Kortom, in dit snel gewijzigde en complexe televisielandschap dreigt pionier Integan achterop te hinken, omdat het zich koppig aan zijn onafhankelijkheid vastklampt. Het is uitgesloten dat een bedrijf met slechts de omvang van Integan in zijn eentje kan overleven in een technologisch zo snel evoluerende markt. We moeten in Antwerpen dus dringend een strategische analyse maken die onbevangen de verschillende mogelijkheden afweegt. Ofwel sluit Integan aan bij Interelectra en wordt het een grotere overheidsspeler. Ofwel sluit het bedrijf aan bij Telenet en moet de stad een belangrijk pakket aandelen (onder voorwaarden!) verkopen. Of er komen andere pistes uit, zoals onafhankelijk voortdoen, maar dat laatste is niet evident.