Brieven aan de burgemeester

Op woensdag 24 september werd mijn boek 'Brieven aan de burgemeester' voorgesteld aan de pers in de Groote Witte Arend. Dit boek bevat een selectie uit de duizenden brieven en e-mails die ik de voorbije jaren ontving. Het boek ligt vanaf 24 september in de boekhandel. De opbrengst gaat naar Unicef.

(Harold Polis - Uitgever Meulenhoff | Manteau)
(Hilda Craeybeckx - Unicef Antwerpen)

Op zaterdag 20 september verscheen in de Gazet Van Antwerpen (GVA) het interview van Lex Molenaar naar aanleiding van 'Brieven aan de burgemeester'.
Lees hier het volledige artikel (pdf-bestand).
Achtduizend brieven, mails, faxen en bierkaartjes kreeg Patrick Janssens sinds hij vijf jaar geleden burgemeester van Antwerpen werd. Nu heeft hij een selectie gebundeld in een boek dat volgende week verschijnt.
Het Klantenmanagement. Zo heet de drieënhalve m/v sterke onderafdeling van het kabinet van Patrick Janssens die zich fulltime bezighoudt met het behandelen van wat er aan reacties binnenkomt. Vragen, verzoeken, smeekbedes, klachten, kritieken, scheldpartijen. "We luisteren, lezen en proberen snel te reageren en elk dossier binnen de vier maanden af te werken", zegt Janssens.
Nu staat een selectie van al die reacties in een boek. De balans is in evenwicht: Patrick Janssens heeft zichzelf niet gespaard, er staat ook heel wat kritiek op hem in Brieven aan de burgemeester. "Ooit was ik diegene die met stenen gooide, nu ben ik zelf de ruit geworden", citeert hij de Braziliaanse zanger en ex-politicus Gilberto Gil helemaal in het begin.
"Alle brieven in het boek zijn gepubliceerd na akkoord van de schrijvers en uit respect voor hun privacy anoniem gemaakt", onderstreept Janssens. In sommige gevallen is dat geen overbodige luxe.
Er staat ook één tekening in het boek. Die maakte de burgemeester hoogstpersoonlijk voor een schoolklas die hem warm had bedankt voor de ijspiste op de Grote Markt: "U bent cool!"
Niet slecht getekend. Hoelang hebt u daarover gedaan?
Patrick Janssens: Een halfuurtje. Ik tekende vroeger veel en tijdens vergaderingen doe ik dat nog steeds, terwijl andere mensen droedelen. Deze heb ik gemaakt in een zot moment op een avond, omdat ik gepakt was door de toffe reactie van die klas.
"Dit boek is een nieuwe stunt van Janssens-de-reclameman", zullen uw critici zeggen.
Dat is helemaal niet ter zake. Het is een eerlijk boek, er staat ook veel antireclame in. De mix van positief en negatief is representatief voor wat wij binnenkrijgen. Niet dat het een wetenschappelijke steekproef is, die mag een student altijd nog komen doen. Die balans is overigens de voorbije jaren niet veranderd, maar het aantal reacties neemt wel toe. We krijgen vooral meer mails, en ik denk dat het ook een kwestie is van mond-tot-mondreclame: steeds meer mensen ontdekken dat hun brieven ook echt aankomen. Als ik een scheldschrijver antwoord dat hij best wat beleefder mag zijn, krijg ik meestal een reactie met een stortvloed aan excuses. Ik denk dat zulke mensen hevig schrikken wanneer ze merken dat hun oprispingen echt worden gelezen.
Krijgt u dreigbrieven?
Hooguit drie in vijf jaar. Eén keer kreeg ik een kogel in een envelop. Die is meteen naar de politie gegaan. Maar zulke echt kwaadaardige brieven krijg ik de jongste tijd niet meer.
Hebt u 'vaste klanten'?
Ja, er ontstaat soms een hele correspondentie. Op een bepaald moment moet ik dat afbreken, want je kan niet aan de gang blijven.
Er wordt weinig gevraagd naar uw privéleven. Eén briefschrijver wil weten hoe het met Anita gaat. Is er iets dat wij niet weten?
(Lacht verbaasd) Ik zou zelf ook niet weten wie hij bedoelt. Mijn eerste lief heette Anita, maar toen was ik zes jaar.
In het boek staan veel klachten over de politie. Korpschef Eddy Baelemans zal blij zijn.
Eddy weet dat, en die brieven weerspiegelen nu eenmaal de realiteit. Ze brengen ons op ideeën om aan de klantvriendelijkheid te werken. Er staan trouwens ook positieve verhalen over de politie in het boek.
U hebt het over 'strovuurtjes', emoties die hevig opflakkeren en even snel weer doven.
Ja, een goed voorbeeld was de stroom van reacties nadat op een hete zomerdag een koetspaard was ineengezakt op de Grote Markt. Of de commotie rond de pin-upposters bij de brandweer.
Waarom gaat de opbrengst van uw boek naar Unicef?
Het lijkt me niet gepast om de opbrengst aan de auteur te geven. (lacht) Unicef bestaat zestig jaar, Hilda Craeybeckx is ambassadrice. En aangezien haar vader Lode volgens Gazet van Antwerpen de grootste Antwerpenaar is, valt de puzzel mooi ineen. Unicef is een goed doel voor iedereen, zonder politieke lading.
Wat leert u zelf van zo'n boek?
Ik leer iets over het effect van ons beleid op het dagelijks leven van de mensen. En dat sommige dingen die wij in het stadhuis heel belangrijk vinden, de mensen nauwelijks bezighouden. Dat je onmogelijk voor iedereen goed kan doen. En dat er reacties komen uit alle lagen van de bevolking.
Eén categorie bereikt uw Klantenmanagement niet: de mensen die niet kunnen lezen en schrijven.
Jawel, want die telefoneren, of ze staan hier voor de deur.
Na een aantal zure reacties ergens in het boek zegt u dat elke politicus vatbaar is om manisch-depressief te worden.
Ach, iedereen is gevoelig voor feedback. De ene dag ben je een god, de volgende een stuk onbenul. Dat is erg onderhevig aan conjunctuur. En de Antwerpenaar zal altijd heel kritisch blijven.
Zeker wat voetbal betreft. U kan het niet laten om de Antwerpfans te provoceren. Dat kost u stemmen. U bent een hooligan-in-maatpak.
(Schatert) Mag ik ook nog een beetje mezelf blijven? Ik probeer echt wel een burgemeester voor alle clubs te zijn en volgens mij lukt dat ook, want anders kreeg ik meer klachten. Bij de ontvangst ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan kreeg ik een Antwerpshirt, dat ik zelfs heb aangedaan. Anderhalf jaar later informeerde Mark Uytterhoeven in De Laatste Show daarnaar. Toen heb ik - geheel in de sfeer van het programma - gezegd dat ik dat thuis gebruikte als dweil. Enkele dagen later stonden er politici met een pamflet bij het stadion. Dat was echt geen spontane eruptie van de Antwerpfans. (lacht)
Dit is uw vierde boek als burgemeester. Blijkbaar verkopen die dingen goed.
Telkens enkele duizenden exemplaren. Dit nieuwe, emotionele boekje is mooi in balans met Het beste moet nog komen uit 2006, dat je veeleer zakelijk en strategisch kan noemen. Dat boek was het gerecht, dit strooit de kruiden.
Lex MOOLENAAR