18/06
Democratie op z’n zondags
Het grootste stuk van mijn lagere schooltijd hadden wij op zaterdagmorgen nog gewoon les. Voor de meeste kinderen van nu is dat ondenkbaar. Maar niet voor de twaalf die ik vandaag op ’t stadhuis ontvang. Zij volgen de ‘weekendschool’. Een intiatief dat hen op een creatieve manier in contact brengt met professionals uit verschillende vakgebieden. Zo leren ze beroepen kennen die ze in hun eigen leefwereld niet dikwijls tegenkomen. Vandaag zijn ze op ’t stadhuis om te oefenen in democratie. Op ‘n vorige zondag hebben ze in vier groepjes met begeleiders van ‘Antwerpen aan ’t woord’ hun ideale speelplaats ontworpen en daar een maquette van gemaakt. Dat ontwerp komen ze nu in de raadszaal van ’t schoon verdiep verdedigen. Sommige dingen komen me zeer bekend voor: net als de grote-mensen- gemeenteraadsleden vinden ze ’t interessant om zichzelf door de microfoon te horen spreken. En ze verliezen volledig hun aandacht als iemand te lang aan het woord is. Maar op sommige terreinen doen ze ’t anders en beter. Als ze een voorstel goed vinden, geven ze applaus. Zelfs al komt het van een ander groepje. Ze blijven allemaal binnen budget. En ze stemmen voor het voorstel dat ze ‘t best vinden. Ook al komt dat niet van hun eigen ‘fractie’. Na wat onderhandelen en intern overleg wordt zélfs het winnende ontwerp nog aangepast en verbeterd met elementen die uit de andere voorstellen komen. Dat ultieme ontwerp kiezen ze uiteindelijk unaniem. Stuk voor stuk dingen die in die andere gemeenteraad niet altijd vanzelfsprekend zijn. En die me op deze vrije dag een bijzonder zondags gevoel geven. Democratie op zijn best!
14/06
100 kilometer is een goed begin
Als er geen fatsoenlijke fietspaden zijn, kiezen mensen voor een ander vervoersmiddel. Dat klinkt logisch en blijkt trouwens uit onderzoek. Daarom engageerde ‘t stad zich om in deze bestuursperiode werk te maken van een fietspadenplan. Woensdag hebben Guy Lauwers, Ludo Van Campenhout en ik dat stadsproject ‘100 km fietspad’ al kunnen infietsen. Op dit ogenblik is er 57 km nagelnieuw fietspad aangelegd, 39 km is vernieuwd en 4 km is veiliger en comfortabeler gemaakt. Met dank aan onze ‘partners in crime’: districten, provincie en Vlaamse overheid. Natuurlijk stopt de teller niet bij deze 100 km. De volgende 75 zijn al gepland. En er worden ook nog voortdurend nieuwe trajecten uitgetekend. Bijvoorbeeld eentje dat het mogelijk moet maken om veilig in één adem van ’t Zuid naar Park Spoor Noord te fietsen. Dat goeie fietspaden mensen stimuleren om méér te fietsen is vandaag trouwens gebleken. Hakim, een van onze stadsmedewerkers op den Bell, hoorde ambtshalve bij de fietsescorte. Daarom was hij ook met de fiets naar ’t werk gekomen. Voor de eerste keer in zijn carrière. Maar ’t is hem blijkbaar goed bevallen. ‘k Hoorde hem zeggen dat hij zelf niet begrijpt waarom hij dat nog nooit eerder had gedaan. Goeie fietspaden doen dus hun werk. Proficiat, Hakim. Proficiat, stad!
foto: www.streetartutopia.com
01/06
De comeback van 't Eilandje
In de jaren 60 en 70 zijn er in Antwerpen méér gebouwen afgebroken dan er tijdens de twee wereldoorlogen werden platgebombardeerd. Die tijd is gelukkig voorbij. We beseffen nu beter dan vroeger wat oude architectuur in ‘t stadsbeeld waard kan zijn.
Aan de andere kant zijn het vaak juist plaatsen die hun historische functie verloren hebben die ’t stad nieuwe kansen bieden. Park Spoor Noord had er nooit kunnen komen zolang het spoorwegemplacement van de NMBS nog in bedrijf was. ’t Groen Kwartier zou geen woongebied kunnen worden als ’t Militair Hospitaal nog steeds een kliniek voor soldaten zou zijn. De Scheldekaaien kunnen pas uitgroeien tot een promenade voor mensen als ze voor de boten niet langer kaaien moeten blijven... Deze redenering gaat ook op voor de comeback van ’t Eilandje. Dat is een stadsbuurt die eigenlijk al sinds de 16de eeuw bestaat maar die vooral in de tweede helft van de 19de eeuw belangrijk werd. Op dat ogenblik ontwikkelde Antwerpen zich immers volop tot havenstad. Toen de haven daarna steeds meer naar het noorden verschoof, de dokken droog kwamen te liggen en ’t Eilandje niet meer ’t hart van de haven was, heeft de wereld er een tijdje stilgestaan.
Tot we beseffen dat juist daarin een unieke kans ligt om er een betaalbare woonwijk van te maken. Een woonbuurt die perfect kan concurreren met de Groene Rand, die mensen een levenskwaliteit biedt die hen in ’t stad doet blijven. Die ‘comeback’ van ’t Eilandje is intussen al een hele tijd bezig: het MAS en Felixpakhuis staan er en zijn volop in gebruik, het Red Star Line museum komt er binnenkort. Bovendien wordt de ganse Cadixwijk een echte woonbuurt compleet mét supermarkt, kinderopvang, school, rust- en verzorgingstehuis. Plus ‘n gloednieuw plein dat ongeveer anderhalve Groenplaats groot is. En op de plek van het vroegere douanegebouw [waar we destijds nog de accijnzen voor alcohol op het burgemeestersbal moesten gaan betalen] komen 184 nieuwbouwappartementen. ‘t Eilandje strikes back !
wie interesse heeft: www.slimmerwonen.be
en op 2 en 3 juni zijn er infodagen in het douanegebouw.
foto: cowboys & indians
23/05
O van Oresteia & openbare ruimte
‘Kunst in de openbare ruimte’. Het is één van mijn stokpaardjes. En daar mag ik nu vrijdag om 17.30u in ‘Babel’ op Klara over komen praten. Bovendien met een kenner en vakman: onze vorige cultuurschepen Eric Antonis. Voor mij dus iets om naar uit te kijken...
Kunst met een grote K op plaatsen met een kleine drempel, op straten en pleinen, in openbare domeinen... Het is bij ons in ‘t stad een traditie en iets waar we intussen bijzonder goed in geworden zijn: de Filharmonie op het Sint-Jansplein. De reuzen van Royal De Luxe. Benjamin Verdonck die 365 dagen lang heel ‘t stad gebruikt als podium. De Zomer van Antwerpen. De poetrymob van stadsdichter Bernard Dewulf. Of deze week: feest in kunstenpark het Middelheim, een museum waar inderdaad man mét hond naartoe kan. En theatergezelschap de Roovers dat de Oresteia speelt in een verlaten slachthuis in Antwerpen-Noord.
Pal naast de sportclub van de trainer van Sugar Jackson. Een klassieke Griekse tragedie en de bokssport, zij aan zij. Twee werelden op één plek in ’t stad die elkaars werk leren kennen. Met voor en na een pint in dezelfde kantine.
Kunst en cultuur voor alle Antwerpenaars.
Daarom vind ik ‘kunst in de openbare ruimte’ belangrijk.
Daarom geven we ’t handjes en voetjes in ons beleid.
Omdat het de enorme verscheidenheid doet leven waar een relatief kleine stad als die van ons zo groot in is.
Voor wie goesting heeft in ’t stad en wat ze open en bloot te bieden heeft: de Roovers spelen de Oresteia (in een bewerking van Bernard Dewulf) nog op 24, 25, 26 en 27 mei in ’t slachthuis
www.deroovers.be
Het vernieuwde Middelheim houdt dit weekend een groot openingsfeest
www.middelheimmuseum.be
Beluister hier vanaf vrijdag Babel op Klara
foto: Koen Broos
10/05
Hilarische horror
Heb tijdens mijn verplichte ‘platte rust’ ook ‘De laatste liefde van mijn moeder’ van Dimitri Verhulst gelezen. Met bijzonder veel plezier trouwens. Ook al is het onderwerp van dit boek eigenlijk loodzwaar. Het gaat over Jimmy, een jongen van twaalf, die niet meer welkom is in het leven van zijn moeder en resoluut door haar op straat wordt gezet. Dit boek vertelt het verhaal van de gespannen driehoeksverhouding tussen Martine Withof, haar zoon uit een vorig huwelijk en haar nieuwe liefde Wannes Impens. Met als decor en kader: een groepsreis met een touringcar naar het Zwarte Woud. Dimitri Verhulst wordt wel eens ‘de nieuwe Boon’ genoemd. Wellicht omdat hun thema’s zeer verwant zijn en ze allebei van binnenuit de donkere dronkemanskant van de samenleving kennen en beschrijven. Of omdat ze geen van beiden auteurs zijn die boven hun personages gaan staan. Maar Dimitri Verhulst schrijft als Dimitri Verhulst. Tragikomische zinnen bedenkt hij als geen ander: ‘Aan drie wanden hingen reproducties van abstracte schilderijen waaruit niet viel af te leiden of de maker een mens dan wel een ontploft blik ravioli was geweest.’ ‘De laatste liefde van mijn moeder’ is een (autobiografisch) horrorverhaal dat niet gemakkelijk te vertellen is. Maar Dimitri Verhulst doet het op een geloofwaardige manier. Met respect voor álle karakters. En met een gevoel voor humor dat vaak hilarisch is en tegelijk schrijnt als een schaafwond. Ik ben behoorlijk wat ouder dan de schrijver. Ik herinner me dus ook nog levendig de tijd dat de term ‘nieuw samengesteld gezin’ niet bestond. Ik weet nog goed dat dertig jaar geleden een reisje naar Duitsland inderdaad als een exotische trip werd gezien. Dat dekbedden toen nog uiterst bizar en zeer buitenlands waren. En dat er effectief telefooncellen bestonden die bij het naar huis bellen grote hoeveelheden Marken inslikten. Maar ik vraag me af hoe jongeren van nu -met hun smartphones en een koffer vol wereldwijsheid- dit boek lezen. Misschien besluiten ze wel om nooit naar het Zwarte Woud te gaan. Omdat het hier bij ons in ’t stad veel beter is. :-)
foto: www.streetartutopia.com
