27/01
Wie A zegt …
Verliefd op A was hij al langer. Maar vandaag -in de trouwzaal op ‘t schoon verdiep- is hij ook officieel getrouwd met ‘t stad.
Vanaf nu voor twee jaar onze stadsdichter: Bernard Dewulf.
Hij is een man van weinig woorden. Als hij spreekt én als hij schrijft. Hij heeft er ook niet veel nodig. Zo juist en trefzeker zijn ze. ‘Less is more’ lijkt op zíjn lijf geschreven.
In zijn novelle ‘Kleine dagen’ (in 2010 winnaar van de Libris Literatuur Prijs) vertelt hij hoe een kind op ‘t voetpad bewonderend blijft stilstaan bij een dode wesp. Maar dan door een schril schreeuwende mama wordt weggehaald:‘béikes. Vies. Afblijven, hoor. Kom hier. Nooit meer doen, hé.’
Wat Bernard Dewulf doet denken:
‘Dát. Die verdwijning. Van de verwondering. Een virus onder ondraaglijk zorgdragende volwassenen … Hoe gebeurt dit? Al jaren vraag ik me dat af. Wat is het dat onze verwondering diep in de doofpot van onze stijgende dagen stopt? Waarom worden zoveel papa’s en mama’s frigide voor het wonder? Bureaucraten van de dagen.’
Ik ben benieuwd hoe hij -deze dichter die goed kan kijken en nóg beter kan schrijven- ‘t stad zal zien.
En hoop dat hij ons steekt met de gevaarlijke wesp van zijn verwondering.
Wie A zegt, moet vanaf vandaag ook B zeggen.
De B van Bernard.
‘Nooit zal hij meer van hier zijn dan nu’
foto: Didjeko Boucanier