10/05
Hilarische horror
Heb tijdens mijn verplichte ‘platte rust’ ook ‘De laatste liefde van mijn moeder’ van Dimitri Verhulst gelezen. Met bijzonder veel plezier trouwens. Ook al is het onderwerp van dit boek eigenlijk loodzwaar. Het gaat over Jimmy, een jongen van twaalf, die niet meer welkom is in het leven van zijn moeder en resoluut door haar op straat wordt gezet. Dit boek vertelt het verhaal van de gespannen driehoeksverhouding tussen Martine Withof, haar zoon uit een vorig huwelijk en haar nieuwe liefde Wannes Impens. Met als decor en kader: een groepsreis met een touringcar naar het Zwarte Woud. Dimitri Verhulst wordt wel eens ‘de nieuwe Boon’ genoemd. Wellicht omdat hun thema’s zeer verwant zijn en ze allebei van binnenuit de donkere dronkemanskant van de samenleving kennen en beschrijven. Of omdat ze geen van beiden auteurs zijn die boven hun personages gaan staan. Maar Dimitri Verhulst schrijft als Dimitri Verhulst. Tragikomische zinnen bedenkt hij als geen ander: ‘Aan drie wanden hingen reproducties van abstracte schilderijen waaruit niet viel af te leiden of de maker een mens dan wel een ontploft blik ravioli was geweest.’ ‘De laatste liefde van mijn moeder’ is een (autobiografisch) horrorverhaal dat niet gemakkelijk te vertellen is. Maar Dimitri Verhulst doet het op een geloofwaardige manier. Met respect voor álle karakters. En met een gevoel voor humor dat vaak hilarisch is en tegelijk schrijnt als een schaafwond. Ik ben behoorlijk wat ouder dan de schrijver. Ik herinner me dus ook nog levendig de tijd dat de term ‘nieuw samengesteld gezin’ niet bestond. Ik weet nog goed dat dertig jaar geleden een reisje naar Duitsland inderdaad als een exotische trip werd gezien. Dat dekbedden toen nog uiterst bizar en zeer buitenlands waren. En dat er effectief telefooncellen bestonden die bij het naar huis bellen grote hoeveelheden Marken inslikten. Maar ik vraag me af hoe jongeren van nu -met hun smartphones en een koffer vol wereldwijsheid- dit boek lezen. Misschien besluiten ze wel om nooit naar het Zwarte Woud te gaan. Omdat het hier bij ons in ’t stad veel beter is. :-)
foto: www.streetartutopia.com
27/04
Vintage Vlaminck
Had het direct gekocht maar nog geen tijd gevonden om het te lezen.
Dankzij mijn hernia nu wel: het meest recente boek van Erik Vlaminck.
‘Brandlucht’ is een familiekroniek. Er komen drie vrouwen (en tussendoor ook één man) aan het woord die elk hun eigen verhaal vertellen. Allemaal zijn ze onderhevig aan dat bizarre fenomeen dat je in veel families tegenkomt: ze doen mekaar constant de duvel aan en toch kunnen ze elkaar niet loslaten.
In ‘Brandlucht’ rekenen drie generaties vrouwen af met de demonen uit het verleden. Driestemmig vertolken ze volstrekt verschillende versies van eenzelfde waarheid. En alledrie hebben ze gelijk.
Brandlucht is het verhaal van gewone mensen die proberen om te gaan met de kleine en grote drama’s van het leven. En het is zo geschreven dat het lijkt alsof de personages naast je op de zetel zitten. Want dat kan Erik Vlaminck als geen ander: je meenemen naar een tijd die die je niet hebt meegemaakt en je toch het gevoel geven dat je dit zelf beleeft. ‘Brandlucht’ is een vintage Vlaminck van de rasverteller op zijn best. Donker. Met veel humor. In de spreektaal van mensen van vlees en bloed.
Wat het verhaal bovendien nog een extra dimensie geeft, is dat het zich afspeelt in Canada. In de stad Ontario waar meer dan de helft van de inwoners uit Vlaamse en Nederlandse emigranten bestaat. Kort na de Tweede Wereldoorlog zijn immers duizenden Vlamingen en Nederlanders daar hun geluk gaan beproeven. En zoals het een echte migrantengemeenschap betaamt, houden zij ginds de tradities van het vaderland levend. Ze organiseren er wielerwedstrijden, bouwen er duivenkoten en een Belgian Hall, drinken er hun eigen ingevoerde pintjes of eten beschuit met hagelslag. Je bent van waar en van wie je vandaan komt. En het heimwee blijft...
In die zin doet ‘Brandlucht’ me trouwens denken aan de legendarische periode van de Red Star Line. Voor miljoenen Europeanen begon in de Antwerpse loodsen van deze scheepvaartmaatschappij de overtocht naar een nieuw leven in Amerika. Ons Red Star Line museum is nog niet klaar. Dat opent zijn deuren pas in 2013. Maar dit weekend start –bij wijze van voorproefje- alvast het Red Star Line festival. Met op 29 april, 5,6,12 en 13 mei ook ‘een spoor van verhalen’. Je wordt zelf een expat en herbeleeft er de tocht van de landverhuizers van toen. Net als zij vertrek je aan het Centraal Station en zoek je met een kaart en een koffer vol angst, nieuwsgierigheid, verwachting en hoop de weg naar de Rijnkaai. Onderweg word je verrast door onverwachte ontmoetingen en meeslepende verhalen.
Net als ‘Brandlucht’ absoluut een aanrader en beslist niet te missen!
info& tickets: www.redstarline.be
14/09
Gestript
Ik behoor nog tot een generatie die als kind niet werd aangemoedigd om strips te lezen. Opvoeders en leerkrachten vonden dat toen geen echte boeken. In hun ogen mocht je ‘prentjes kijken’ trouwens ook geen ‘lezen’ noemen. Niet dat het verschil heeft uitgemaakt. Ik ben altijd een stripliefhebber geweest. En gebleven.
Daarom kijk ik elk jaar ook met plezier uit naar de periode van ‘de andere strip’. Dan presenteert boek.be een eigenzinnige selectie en verleidt je met kortingsbonnen. Dit jaar zitten er 24 boeken in het pakket en de actie loopt nog tot 30 september. Er zitten vaste waarden bij als Tardi, Corto Maltese, Snoopy en Peanuts. Maar net zo goed werk dat voor mij nieuw en onbekend is.
Een ontdekking vind ik ‘Asterios Polyp’ van David Mazzuchelli. Een Amerikaan die zijn carrière begon als tekenaar van ‘Daredevil’ en ‘Batman’. Maar ‘Asterios Polyp’ is van een heel andere orde. In de Humobijlage over ‘de andere strip’ koos Alex Agnew voor ‘Walking Dead’, Guy Mortier voor ‘Peanuts’, Frieda Van Wijck voor de Japanner Taniguchi en Bent Van Looy voor ‘De Grote Slachting’ van Tardi. Ik ga resoluut voor Asterios Polyp. The New York Times Book Review noemt het ‘een duizelingwekkende leeservaring’. Dat vind ik niet overdreven. Het verhaal op zich is misschien niet spectaculair. Maar de manier waarop het verteld en getekend wordt wél.
Asterios Polyp gaat over een vijftiger, een succesvol architect en hoogleraar. Wanneer zijn appartement in New York uitbrandt, staat zijn leven op zijn kop. Hij neemt een Greyhoundbus richting nergens en probeert als automonteur weer grip te krijgen op zijn bestaan. Gaandeweg kom je als lezer achter de beweegredenen van deze fascinerende hoofdpersoon en via flashbacks leer je Hana kennen, de vrouw met wie Asterios ooit zijn leven deelde. Tot daar de inhoud en rode draad. Bijzonder geestig verteld. Mét literaire knipogen. Maar het is vooral de uiterst eigenzinnige manier waarop het is getekend en vorm gegeven die mij voor dit boek doet kiezen. Stilistisch een verbluffende krachttoer: het is de tweelingbroer van Asterios, Ignazio, die het verhaal vertelt. Maar die ignazio is bij hun geboorte gestorven. Dat biedt een bizar verhaalperspectief. Bovendien ‘spreekt’ elk personage met zijn eigen lettertype. Dat zorgt voor een bijzonder effect. Het lijkt wel alsof je de stemmen van de verschillende figuren hóórt in je hoofd. Het doet me een beetje denken aan ‘Ergens waar je niet wil zijn’ van Brecht Evens. Daar hebben alle personages letterlijk een eigen ‘tekstkleur’ gekregen zodat je ze ook aan die kleur kan herkennen. Apart kleurgebruik ook in Asterios Polyp: blauw, rood ,roze en enorm veel paars en geel. - Ik vraag me af of David Mazuchelli een Beerschotsupporter zou zijn? - Maar zélfs als hij dat niet is: zijn Asterios Polyp is in ieder geval de moeite van het leren (ver)kennen waard. Te vinden in striphandels zoals www.tsetsestrips.be , www.mekanik-strip.be en www.stripwinkelbeo.be.